De rechtbank in Breda deed op 24 juli jl. een interessante en vindingrijke uitspraak. Op basis van het Europese Unie recht in combinatie met het Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan – gedateerd uit 1912 – (hierna Japans Handelsverdrag) heeft de rechtbank Breda besloten dat een tewerkstellingsvergunning voor Roemenen niet nodig is.

De casus:

Via aannemer heer X verrichtten twee Roemenen schilderwerkzaamheden bij eiser. Er was geen tewerkstellingsvergunning afgegeven voor de twee Roemenen en dus is er door de minister een bestuurlijke boete op grond van de Wet Arbeid Vreemdelingen (WAV boete) opgelegd van in totaal €9.000.

 

Achtergrond:

De minister heeft een boete kunnen opleggen in verband met het ontbreken van een tewerkstellingsvergunning op grond van de Europese overgangsregeling waar lidstaten gebruik van kunnen maken. Deze overgangsregeling houdt in dat inwoners van nieuwe lidstaten tot maximaal zeven jaar na toetreding tot de Europese Unie van de arbeidsmarkten van de overige lidstaten kunnen worden geweerd. Inmiddels is de zeven jaar termijn verlopen en zijn Roemenen dus al “vrij op de arbeidsmarkt”; een tewerkstellingsvergunning is nu dus al niet meer nodig, dit was nog niet het geval ten tijde van het opleggen van de boete. De overgangsbepaling is vooralsnog wel van kracht voor Kroaten, Kroatië trad op 1 juli 2013 toe tot de Europese Unie.

Ondanks deze overgangsbepaling mag een onderdaan van een derdeland (mensen met een nationaliteit anders dan die van één van de lidstaten van de Europese Unie, Zwitserland, Liechtenstein, Noorwegen of IJsland) niet voordeliger worden behandeld ten opzichte van een Roemeense onderdaan, aldus het Toetredingsverdrag van 29 april 2005 waarin is bepaald dat de Republiek Bulgarije en Roemenië op 1 januari 2007 lid worden van de Europese Unie (hierna: Toetredingsverdrag). Deze regeling wordt ook wel de begunstigingsclausule genoemd.

In het Japans Handelsverdrag is opgenomen dat Japanners vrije toegang hebben tot de Nederlandse arbeidsmarkt, er is dus geen tewerkstellingsvergunning nodig.

 

Oordeel van de rechtbank:

De rechtbank gaat mee in het betoog van de advocaat van eiser. Het Japans Handelsverdrag was van toepassing op het moment dat het Toetredingsverdrag met Roemenië en Bulgarije werd gesloten. Roemenen hebben dus een tewerkstellingsvergunning nodig terwijl Roemenië lid is van de Europese Unie, Japanners hebben echter geen tewerkstellingsvergunning nodig terwijl dit land geen lid is van de Europese Unie en Japanners dus worden gezien als zogenaamde ‘derdelanders’. De begunstigingsclausule dwingt in dit geval de Nederlandse overheid om de overgangsbepaling buiten beschouwing te laten en de Roemenen niet anders te behandelen dan de Japanners aldus de rechter. Dit betekent dat er geen tewerkstellingsvergunning nodig is voor Roemeense werknemers en de boete ten onrechte is opgelegd.

De rechtbank Breda heeft de beslissing van de minister (het opleggen tot de boete) herroepen.

Een soortgelijke zaak loopt momenteel bij de Raad van State, de komende weken zal dus bekend worden of de minister de Bulgaren, Roemenen, Kroaten maar ook in het verleden de Polen mocht weren van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Mocht u nog vragen hebben, neemt u dan vooral contact met mij op via: berg@colletalkmaar.com of telefonisch: 06 30 80 20 75.

Een link naar de uitspraak vindt u hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *