Kennisgevingsformulier

Tot voor kort hield de IND stug vast aan de kennisgevingsformulieren. Het was de bedoeling dat je bij een klein aantal aanvragen eerst de IND op de hoogte stelde dat je een aanvraag wilde indienen alvorens je de daadwerkelijke aanvraag voor een verblijfsvergunning mocht indienen bij het loket van de IND. De IND op de hoogte stellen deed je via een kennisgevingsformulier. Dit kennisgevingsformulier stuurde je ingevuld en voorzien van allerlei soorten bijlagen op naar de IND. De IND nodigt je dan een aantal weken later uit voor het in persoon verschijnen aan het IND loket en het indienen van de aanvraag. Hierop werd dan in de meeste gevallen dezelfde dag beslist; vaak niet in het voordeel van de vreemdeling. Dit was de standaardprocedure bij bijvoorbeeld aanvragen voor verblijf op grond van artikel 8 EVRM (recht op privé- en gezinsleven) of tijdelijk verblijf op medische gronden omdat de vreemdeling niet kon worden uitgezet naar het land van herkomst zonder risico op een medische noodsituatie. Vaak zette ik op mijn begeleidende brief bij het kennisgevingsformulier al in grote letters kennisgeving EN aanvraag, maar dit hoeft nu niet meer.

Op 29 maart 2016 heeft de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State (hierna: Raad van State), de hoogste bestuursrechter,  uitspraak gedaan over deze ‘kennisgevingsprocedure’.

Volgens de Raad van State heeft de wetgever tijdens het opstellen van de wetgeving niet voor ogen gehad dat het bestuursorgaan nog allemaal extra voorwaarden zou toevoegen aan het indienen van een aanvraag, dit was niet de bedoeling van de wetgever.

De Raad van State heeft geconcludeerd dat op het kennisgevingsformulier al de wens wordt geuit om een beslissing te nemen op een aanvraag, verder voldoet de kennisgeving ook aan alle andere vereisten: het is schriftelijk en wordt ingediend middels een door het bestuursorgaan opgesteld formulier. Als de naam en het adres van de verzoeker er dan ook nog op staan, inclusief handtekening met datum dan is er sprake van een aanvraag. De kennisgeving is dus al de aanvraag tot het nemen van een beslissing en niet zoals de IND stelt: het aan de IND laten weten dat je in de nabije toekomst een aanvraag wilt indienen.

Waarom is dit nou zo belangrijk?

De datum van de aanvraag is van groot belang. Het verblijfsdocument wordt namelijk afgegeven vanaf het moment dat de persoon aan alle voorwaarden voldoet, vaak dus al vanaf het moment van indienen van de aanvraag (artikel 26 Vw). Als de volledige aanvraag met alle benodigde stukken in januari wordt ingediend maar er wordt pas in mei of juni op de aanvraag beslist, dan is de verblijfsvergunning toch geldig vanaf januari. Dit is belangrijk voor het opbouwen van een verblijfsverleden. Na vijf jaar komt de vreemdeling in aanmerking voor een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Je moet dan vijf jaren onafgebroken verblijf in Nederland hebben en een vergunning vanaf januari in plaats van mei/juni is toch alweer 5 á 6 maanden extra en voor veel vreemdelingen heel belangrijk.

Daarnaast heeft de IND ook beslistermijnen waar aan zij zich dienen te houden. De beslistermijn vangt aan na ontvangst van de aanvraag. Dit heeft te maken met de rechtszekerheid van de vreemdeling; die moet kunnen weten hoelang het hele traject gaat duren. En tenslotte; als de IND te laat is met beslissen dan kunt u de IND ‘in gebreke stellen’ en een laatste termijn geven van veertien dagen om te beslissen op de aanvraag. Als de IND na verloop van deze termijn nog steeds geen beslissing heeft genomen dan moet de IND u een dwangsom betalen (oplopend tot maximaal € 1.260).

Op de website van de IND staan de kennisgevingsformulieren nog steeds vermeld, maar nu de Raad van State deze procedure heeft “afgeschoten” verwacht ik dat dit op korte termijn zal veranderen.

 

Mocht u nog vragen hebben, neemt u dan vooral contact met mij op via: berg@colletalkmaar.com of telefonisch: 06 30 80 20 75.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *