Op 12 juni 2015 publiceerde Defence for Children – een non-profit organisatie die opkomt voor de rechten van het kind – een rapport over gezinsmigratie. Volgens Defence for Children stelt het Nederlandse beleid het belang van het kind niet voorop en is daarmee in strijd met internationale verdragen.

In verschillende internationale verdragen zijn bepalingen opgenomen betreffende rechten voor kinderen. In 1989 is het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties overeengekomen. Toezichthouder van dit verdrag is het Kinderrechten Comité.

Artikel 3 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind bepaalt:

Het belang van het kind moet voorop staan bij alle maatregelen die kinderen aangaan. De overheid moet het welzijn van alle kinderen bevorderen en houdt toezicht op alle voorzieningen voor de zorg en bescherming van kinderen.

 

Artikel 9 van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) bepaalt:

Het kind heeft recht om bij de ouders te leven en op omgang met beide ouders als het kind van een of beide ouders gescheiden is, tenzij dit niet in zijn of haar belang is. In procedures hierover moet naar de mening van kinderen en ouders worden geluisterd.

 

Artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) stelt:

Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

 

Bovenstaande artikelen zijn ook geldig in Nederland.

Artikel 8 EVRM stelt “een ieder”, dus ook een kind. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens[1] heeft in een uitspraak bepaald dat het belang van het kind, dit belang wordt afgeleid uit artikel 8 EVRM geïnspireerd op artikel 9 IVRK, bestaat uit twee delen: het behouden van de band tussen het kind en de familieleden (ouders) en het belang van het kind om zich te ontwikkelen en dus op te groeien in een veilige situatie.

Ook het Hof van Justitie van de Europese Unie[2] heeft zich meerdere malen uitgesproken over de positie van het kind in vreemdelingrechtelijke zaken.

In hun uitspraken leggen de Europese rechters het – meestal vaag geformuleerde – Europese recht uit.

Ook het Kinderrechten Comité van de Verenigde Naties heeft in een rapport (d.d. 10 juni 2015) aangegeven bezorgd te zijn om de belangen van kinderen van asielzoekers en de mate waarin dit belang wordt meegewogen in de Nederlandse procedure. Het Kinderrechten Comité is de toezichthouder van het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind. het Comité kan geen bindende uitspraken doen, maar wel aanbevelingen geven. De rapporten kunnen  door non-profitorganisaties, in de politiek en door advocaten worden gebruikt, de bevindingen zijn dus wel degelijk van belang.

Uit de rapporten van Defence for Children en het Kinderrechten Comité blijkt dat het Nederlandse beleid niet in overeenstemming is met de Europese regels. Nederland stelt het belang van het kind niet voorop, aldus Defence for Children en het Kinderrechten Comité. Nederland ziet het kind eerst als vreemdeling, daarna pas als kind. Voorbeelden van het Kinderrechten Comité:

  • Er zijn meldingen gedaan van tegenstrijdigheden in verklaringen van kinderen tijdens de asielprocedure die de kinderen worden tegengeworpen. Er wordt geen rekening gehouden met de leeftijd, ontwikkeling etc. van het kind;
  • Kinderen in kwetsbare situaties worden uitgezet naar het land van herkomst waar zij het risico lopen terecht te komen in een weeshuis;
  • Slechte omstandigheden in opvangcentra, de kinderen kunnen zich bijvoorbeeld niet vrij en zonder toezicht bewegen;
  • Er is een gebrek aan professionals die zijn opgeleid in asielprocedures waarin kinderen betrokken zijn;
  • Er is een gebrek aan aandacht voor het belang van het kind in de asielprocedure.

Een aantal aanbevelingen van Defence for Children:

  • Staat dient een duidelijk en adequaat toetsingskader in de wet op te nemen waarin het belang van het kind voorop wordt gesteld;
  • IND dient in de beslissingen duidelijk de belangenafweging te motiveren;
  • Rechters dienen de uitspraken te baseren op het Europese recht, de lijn die de Afdeling van de Raad van State heeft uitgezet is in strijd met het internationale recht.

 

In de praktijk kom ik het ook nog vaak tegen, deze rapporten verbazen mij (helaas) dus niets. Het opkomen voor rechten van kinderen is belangrijk, kinderen kunnen zelf vaak geen hulp inschakelen. Voor kinderen van migranten ligt dit misschien nog wel gevoeliger omdat ook de ouders niet aan de bel kunnen trekken, zij zijn de taal vaak niet machtig en hebben niet of nauwelijks kennis van de Nederlandse wet- en regelgeving. Voor vreemdelingen, met name vluchtelingen in procedure, is dus een rol weggelegd voor de advocaat. De advocaat kan bijvoorbeeld aan de bel trekken als de kinderen (onverwachts) met de ouders worden overgeplaatst naar een andere locatie.

De rapporten van non-profit organisaties zijn, net als de uitspraken van de Europese rechters, van groot belang. Dit zijn middelen die politici en (rechts)hulpverleners kunnen gebruiken om de Nederlandse overheid te dwingen tot het aanpassen van het beleid. Het belang van het kind dient voorop te staan, ieder kind verdient toch een veilige situatie om onder het ouderlijke gezag op te groeien en zich te ontwikkelen?

 

Mocht u nog vragen hebben, neemt u dan vooral contact met mij op via: berg@colletalkmaar.com of telefonisch: 06 30 80 20 75.

Het rapport van Defence for Children “Gezinnen in de knel” vindt u hier.

De aanbevelingen van het Kinderrechten Comité vindt u hier.

 

[1] De Europese Rechter die klachten behandeld tegen lidstaten van de Raad van Europa betreffende schendingen van het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens.

[2] De Europese Unie rechter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *